Provinciaal Beleid

Kwaliteit in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie

Lees ook de volledige tekst in de PRS.

In de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie hebben we als provincie aangegeven dat kwaliteit centraal staat in ons ruimtelijk beleid. We vinden dat de kwaliteit van de kernrandzone op veel plaatsen kan verbeteren. Daarom willen we gemeenten stimuleren om met een goede integrale visie voor de kernrandzones te komen. Als gemeente beschikt u immers over de meeste kennis over lokale kernrandzones. Daarnaast bent u primair verantwoordelijk voor de integrale afweging van belangen. De integrale visie is te gebruiken bij het beoordelen van op kwaliteitsverbetering gerichte ontwikkelingen.

De provincie Utrecht is een aantrekkelijke vestigingsplaats, waarin iedereen graag wil wonen, werken en recreëren. Daarom heeft de provincie drie pijlers geformuleerd. Aan elke pijler zijn beleidsopgaven en provinciale belangen gekoppeld.

Drie pijlers> lees meer

‘Ruimtelijke kwaliteit in de kernrandzones’
omschreven in de PRS

Ruimtelijke kwaliteit is een dynamisch begrip. Het heeft betrekking op ‘het goede behouden’ en tegelijkertijd een nieuwe kwaliteit creëren (kwaliteitsverbetering). Wat het precies betekent, verschilt per situatie. Een sluitende definitie kunnen we niet geven. We kunnen wel aangeven waar het ons om gaat. De lagenbenadering vormt een goede basis voor het ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit.

Lagenbenadering> lees meer

Wij vinden bij ruimtelijke kwaliteit de volgende thema’s belangrijk:

  • bestaande kwaliteiten behouden en versterken;
  • samenhang en continuïteit herstellen, ontbrekende
    schakels toevoegen, versnipperde onderdelen samen­voegen;
  • diversiteit vergroten;
  • robuustheid vergroten;
  • beleefbaar en toegankelijk maken.

Volgens de gebruikelijke omschrijving heeft ruimtelijke kwaliteit te maken met de begrippen toekomstwaarde, belevingswaarde en gebruikswaarde. Hieronder geven we aspecten aan die daarbij een rol kunnen spelen voor de kernrandzones. Het is een niet-limitatieve opsomming, bedoeld als inspiratiebron: >

De drie pijlers zijn:

  • een duurzame leefomgeving;
  • vitale dorpen en steden;
  • landelijk gebied met kwaliteit.

Belangrijkste beleidsopgaven:

  • accent leggen op binnenstedelijke opgave;
  • behouden en versterken kwaliteit van het landelijk gebied.

De binnenstedelijke opgave vraagt als tegenhanger ook een aantrekkelijk en bereikbaar landelijk gebied met hoge kwaliteit van landschap, natuur en recreatieve voorzieningen.

De kernrandzones horen bij het provinciaal belang ‘landelijk gebied met
kwaliteit’. De onderdelen hiervan kunnen allemaal een rol spelen in uw
specifieke kernrandzone:

  • De zones rondom de kernen zijn het uitnodigende zones die bijdragen aan de kwaliteit van het binnenstedelijk leefmilieu en verbinden het stedelijk met het landelijk gebied.
  • De landschappelijke kernkwaliteiten en aardkundige waarden blijven behouden of worden versterkt..
  • Een vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden blijft behouden of wordt versterkt.
  • Een economisch vitale en duurzame landbouwsector als drager van de kernkwaliteiten van een gebied, is belangrijk.
  • Mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding (recreatie en toerisme) blijven
    behouden of worden versterkt.

De lagenbenadering verdeelt de ruimte in drie lagen:

de ondergrondlaag (de fysieke ondergrond, bijvoorbeeld het watersysteem en de biotoop), de netwerklaag (infrastructuur als wegen en spoorwegen) en de occupatielaag (de weerslag van menselijke activiteiten als wonen en werken). Deze veranderen allemaal met verschillende snelheden: de occupatielaag het snelst en de ondergrondlaag het minst snel.

Stelregel is: hoe langzamer de veranderingssnelheid, hoe zorgvuldiger je ermee omgaat.