Rolkeuze

Als provincie nodigen we gemeenten uit en kiezen we, naast onze regulerende taak, voor een stimulerende rol. De kernrandzonevisie is een vorm van vooroverleg, waardoor in een daadwerkelijke RO-procedure geen uitgebreide discussie meer nodig is. Als gemeente heeft u een heldere boodschap te vertellen aan burgers en ondernemers in de betreffende kernrandzone.

U kunt bij de uitvoering van de kernrandzonevisie kiezen voor de rol van beheerder, ontwikkelaar, initiator of stimulator. Deze keus is zeer afhankelijk van de mix van functies en kwaliteiten in het betreffende gebied en het toekomstbeeld.

Rolkeuze> lees meer

Een RO-instrumentarium voor elke rol

‘Gedacht moet worden aan borging in ruimtelijke plannen (structuurvisie, bestemmingsplan, omgevingsvergunning), vastleggen van een eventuele kwaliteitsbijdrage (anterieure overeenkomsten, exploitatieplan of verwerving en uitgifte). De keuze hangt af van de gekozen strategie, de rol die de gemeente zelf kan en wil spelen en de bestuurlijke en maatschappelijke context.’

‘Het creëren van een toekomstig duurzaam landschap met ruimtelijke kwaliteit in de kernrandzone, en tegelijk borgen dat het bestaande gebruik kan worden gecontinueerd, kan op verschillende manieren met het beschikbare planologische instrumentarium worden bereikt:

  1. een conserverend bestemmingsplan, waarvan op basis van een gebiedsgerichte structuurvisie met een
    omgevingsvergunning kan worden afgeweken.
  2. een bestemmingsplan waarin de toekomstige ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt:
    a. ofwel direct;
    b. ofwel via een afwijkingsbevoegdheid;
    c. ofwel via een wijzigingsbevoegdheid.’

Bron: zie Inspiratie, Kernrandzones provincie Utrecht, integrale visie, gemeentelijke rolkeuze, instrumenten.

Zie ook het schema Rol en instrumentarium, waarin de ambitie, rollen en instrumenten in samenhang zijn weergegeven. Het instrumentarium is in een tabel uitgewerkt in Kernrandzones provincie Utrecht, integrale visie, gemeentelijke rolkeuze, instrumenten, van Rho. (link)

Rood voor Kwaliteit is een belangrijk onderdeel van het instrumentarium.

‘De rolkeuze is niet willekeurig.

De rol die de gemeente kiest hangt samen met:- de wijze waarop de beoogde ruimtelijke kwaliteit in de kernrandzone kan worden gerealiseerd (behoud of ontwikkeling);- de wijze waarop de gemeente daarin deelneemt (wil deelnemen), dat hangt samen met de opvatting die de gemeente heeft van haar eigen taak, of van haar ambitie daarin.

De bandbreedte van mogelijke rolkeuzen is in een drietal posities aan te geven:

  1. Ontwikkelen is niet noodzakelijk, de gemeente gaat beheren.
  2. De gemeente maakt projectontwikkeling mogelijk (regisseren).
  3. De gemeente wil (of kan) niet zelf ontwikkelen, maar begeleidt initiatieven van derden (uitnodigen, helpen en begeleiden).

Rol 1: beheren (behoud +)

De beherende gemeente voert een conserverend beleid, maakt (meestal agrarische) ontwikkelingen mogelijk die nodig zijn om het bestaande gebruik in het landelijk gebied te continueren, en voorkomt ontwikkelingen die het dit gebruik moeilijk maken. De landbouw blijft, wordt gevrijwaard van stedelijke inmenging en kan zich ontwikkelen om in stand te blijven.

In deze rol is de gemeente kwaliteitsborger: zij zorgt ervoor dat een uitbreiding van een bestaande functie de bestaande kwaliteit niet aantast, of zelfs nieuwe kwaliteit toevoegt. Daarbij hoort een bestemmingsplan met ingebouwde ontwikkelingsmogelijkheden, gekoppeld aan een beleidsvisie die de ruimtelijke kwaliteitsaspecten van de toekomstige ontwikkelingen borgt – bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan voor de kernrandzone. De beleidsvisie, of het beeldkwaliteitsplan is de integrale gebiedsvisie voor de kernrandzone.

Rol 2: ontwikkelen, ontwikkeling bekend (regisseren)

Dit is de ‘klassieke’ projectontwikkeling. De gemeente maakt de ontwikkeling mogelijk (een gebiedseigen ontwikkeling, zoals stadsrandactiviteiten) en neemt de regie op de ruimtelijke kwaliteit in eigen hand. Het plan doorloopt de gebruikelijke stappen, in eenproces waarvan een integrale gebiedsvisie de toekomstige ruimtelijke context van het initiatief inzichtelijk maakt, en de ruimtelijke randvoorwaarden formuleert die daaruit voortkomen.

Bij deze rol hoort een gedetailleerd bestemmingsplan. Delen daarvan kunnen verwijzen naar een beeldkwaliteitskader, dat de gebiedsvisie in regels samenvat, en dat samen met, of apart van het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Rol 3: ontwikkelen, ontwikkeling onbekend (uitnodigen, helpen en begeleiden)

Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit met onbekende ontwikkelingen is aan de orde wanneer de kernrandzone een gebied is waar de gemeente geen (of weinig) programma, geld of grondeigendom heeft en waar beheer (rol 1) onvoldoende uitzicht biedt op toekomstige kwaliteit. De gemeente begeleidt de transformatie, omdat zij de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke kwaliteit heeft. De transformatie zelf vindt plaats door vele actoren, die door de gemeente geholpen worden (passend maken van het initiatief) op basis van gemeentelijke kwaliteitsdoelen. De kwaliteitsdoelen van de gemeente staan in een integrale visie, die de toekomstige kwaliteiten in beeld brengt, zonder daarin echter gedetailleerd, uitputtend en zeer specifiek te zijn (anders wordt de onbekende toekomst teveel ‘dichtgetimmerd’).

De gemeentelijke rolkeuze hangt samen met de gemeentelijke ambitie. De minst actieve vorm is die waarin de gemeente met bestemmingsplan en gebiedsvisie ontwikkelingen mogelijk maakt, maar deze afwacht en initiatieven toetst aan de gebiedsvisie.’

Bron: zie Inspiratie, Kernrandzones provincie Utrecht, integrale visie, gemeentelijke rolkeuze, instrumenten.